
Wet bescherming bevolking
Artikel 29
1
Overtreding van hetgeen krachtens artikel 5 of 7 door Ons of Onze Minister van Binnenlandse Zaken, dan wel krachtens artikel 13 door de burgemeester of - bij toepassing van artikel 14 - door het kringbestuur is bepaald, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
2
Indien het feit is gepleegd in de tijd, waarin de bescherming van de bevolking geheel of ten dele in staat van paraatheid is, worden de in het vorige lid gestelde maxima verdubbeld.
3
Dit feit is een overtreding.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriƫle Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 10 Juli 1952.
juliana
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
w
DREES.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
beel
De Minister zonder Portefeuille,
teulings
Uitgegeven de eerste Augustus 1952.
De Minister van Justitie a.i.,
beel
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.